De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan hoe solide de financiële huishouding van de gemeente is. Een financieel weerstandsvermogen is van belang wanneer er zich financiële tegenvallers voordoen.
In de raadsvergadering van 4 september 2012 is de nota risicomanagement en weerstandsvermogen gemeente Bergen 2012 geactualiseerd. Deze nota geeft het beleid weer dat onze gemeente voert met betrekking tot risicomanagement. Belangrijk onderdeel van het managen van risico’s is de mate waarin risico’s opgevangen kunnen worden (de berekening van de weerstandscapaciteit).
In de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en rekening wordt een actualisatie en verantwoording vermeld van het weerstandsvermogen en risicomanagement.
Weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt/kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten.
Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen wordt rekening gehouden met de veronderstelling dat nooit alle risico’s zich zullen voordoen en zeker niet allemaal tegelijk en in maximale omvang.
Door deze benadering kan op een verantwoorde wijze een lagere weerstandscapaciteit worden aangehouden.
Er wordt uitgegaan van een zekerheidspercentage van 70%.
De berekeningswijze van het weerstandsvermogen op basis van het gegeven zekerheidspercentage is als volgt:
Beschikbare weerstandscapaciteit | ||||
Ratio weerstandsvermogen = | ------------------------------------------------------ | |||
Benodigde weerstandscapaciteit (70%) | ||||
Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen dient te worden vastgesteld welke ratio wij nastreven.
Hiertoe wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel.
Waardering | Ratio weerstandsvermogen | Betekenis |
|---|---|---|
A | > 2,0 | Uitstekend |
B | 1,4 - 2,0 | Ruim voldoende |
C | 1,0 - 1,4 | Voldoende |
D | 0,8 - 1,0 | Matig |
E | 0,6 - 0,8 | Onvoldoende |
F | < 0,6 | Ruim onvoldoende |
Als beleidsuitgangspunt is in de nota vastgesteld dat wij minimaal de ratio > 2,0 hanteren.
Om de paragraaf weerstandsvermogen leesbaar te houden, zal de problematiek slechts in grote lijnen worden behandeld. Een meer gedetailleerde analyse is terug te vinden in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2012.
In deze paragraaf zullen we dan ook de belangrijkste conclusies en veranderingen van de nota risicomanagement voor het jaar 2015 behandelen. Er wordt een berekening gemaakt van het weerstandsvermogen waarbij de weerstandscapaciteit en de risico’s opnieuw zijn bepaald voor de actuele situatie.
De uitkomst van het weerstandsvermogen is als volgt bepaald:
Incidentele weerstandscapaciteit € 12.680.559
Structurele weerstandscapaciteit € 1.732.000
Totaal € 14.412.559
Benodigde weerstandscapaciteit € 2.752.570
De berekeningswijze van het weerstandsvermogen op basis van het zekerheidspercentage van 70% is als volgt:
Jaarrekening 2014:
Beschikbare weerstandscapaciteit | € 14.244.334 | |||||
Ratio weerstandsvermogen | ---------------------------------------------------------------------------- | = | 5,4 | |||
Benodigde weerstandscapaciteit (70%) | € 2.632.350 | |||||
Jaarrekening 2015:
Beschikbare weerstandscapaciteit | € 14.412.559 | |||||
Ratio weerstandsvermogen | ---------------------------------------------------------------------------- | = | 5,3 | |||
Benodigde weerstandscapaciteit (70%) | € 2.752.750 | |||||
Passen we de ratio op de tabel, zoals benoemd in de beleidsnota, dan komen we uit op de kwalificatie: A: Uitstekend.
De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn af te dekken.
De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om calamiteiten éénmalig op te kunnen vangen zonder dat deze invloed heeft op de voortzetting van taken. Het valt samen met onze reservepositie.
De structurele weerstandscapaciteit betreft de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken.
Incidentele weerstandscapaciteit | 2014 | 2015 |
|---|---|---|
1. Algemene reserve (incl. grondexploitatie) | 6.760.307 | 7.397.884 |
2. Bestemmingsreserves | 2.300.937 | 2.342.948 |
3. Stille reserves | 0 | 0 |
4. Begrotingspost onvoorzien | 3.239.090 | 2.939.727 |
Subtotaal | 12.300.334 | 12.680.559 |
Structurele weerstandscapaciteit | ||
5. Onbenutte belastingcapaciteit | 682.000 | 670.000 |
6. Raming onvoorzien | 62.000 | 62.000 |
7. Bezuinigingsmogelijkheden | 1.200.000 | 1.000.000 |
Subtotaal | 1.944.000 | 1.732.000 |
Totaal weerstandsvermogen | 14.244.334 | 14.412.559 |
Om de risico’s in kaart te brengen is bij het samenstellen van de nota risicomanagement en weerstandsvermogen een risico-inventarisatie uitgevoerd. Uit de inventarisatie zijn ruim 30 risico’s in beeld gebracht.
Nadat de risico’s zijn benoemd zijn deze gekwantificeerd op:
- de kans dat de gebeurtenis zich zal voor doen en
- de financiële consequenties als zich dat risico voor zal doen.
In de afgelopen periode zijn de risico’s nogmaals tegen het licht gehouden. In dit onderdeel zullen we ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen die zich kunnen voordoen en worden eventuele nieuwe risico’s benoemd.
Deze top 10 risico’s voor de gemeente Bergen worden hieronder beschreven met een inschatting van het financiële risico.
Nr. | Risico | Toelichting | risico |
|---|---|---|---|
1. | Sociale werkvoorziening WAA | Gelet op de sombere vooruitzichten in de WsW en de exploitatie van de WAA kan gesteld worden dat de sociale werkvoorziening een zware tijd tegemoet gaat.Aan de hand van een aantal scenario’s wordt thans feitelijk onderzocht hoe en in welke keten de WAA tot de meest optimale bijdrage kan komen. De toekomst zal zonder wijziging van het huidige tijdsbeeld voor de WAA niet altijd zeker zijn. Bij ongewijzigd beleid zal de gemeente in de komende jaren forse extra bijdragen moeten leveren. | € 972.000 |
2. | Lagere algemene uitkering | De jaarlijkse groei van het gemeentefonds wordt bepaald door de normeringsystematiek. Dit betekent dat de jaarlijkse groei van de algemene uitkering is gekoppeld aan de groei van het gemeentefonds. Extra uitgaven, bezuinigingen, mee- en tegenvallers op de rijksbegroting hebben in deze systematiek directe invloed op de omvang van het gemeentefonds. Hoeveel geld de individuele gemeente ontvangt, is afhankelijk van de kenmerken en belastingcapaciteit van de gemeente. Het achterblijven van bijvoorbeeld aantal inwoners, uitkeringsgerechtigden of woningen leidt tot een structureel tekort aan inkomsten. De algemene uitkering is gebaseerd op de septembercirculaire 2014. | € 375.000 |
3. | Vluchtelingen | Omdat in veel gemeenten een tekort is aan woningen, zijn er twee nieuwe regelingen. Het zogeheten zelfzorgarrangement (ZZA) maakt het vergunninghouders mogelijk zelf tijdelijk onderdak te regelen, bijvoorbeeld bij familie of vrienden. Het gemeentelijk zelfzorgarrangement (G-ZZA) geeft gemeenten de mogelijkheid vergunninghouders tijdelijk logeergelegenheid te bieden in afwachting van definitieve huisvesting. Bijvoorbeeld in leegstaande kantoorpanden of vakantiehuizen. | € 350.000 |
4. | Niet halen van bezuinigingen 2014-2017 en 2012-2015 | De bij de programmabegroting 2014 aangegeven bezuinigingsperspectief tot uiteindelijk 1,4 mln in 2017 wordt jaarlijks trapsgewijs opgebouwd. In hoeverre alle voorgestelde bezuinigingen daadwerkelijk jaarlijks gehaald worden, wordt jaarlijks geëvalueerd. | € 250.000 |
5. | 3 decentralisaties 1-1-2015 | Buffer voor open einde regelingen in het kader van de decentralisaties. | € 250.000 |
6. | Wegen, straten en pleinen | Onderhoud wegen: strenge winters wat leidt tot schade aan wegen. De gemeente is als wegbeheerder ongeacht of dit aan haar te wijten is, verantwoordelijk voor een veilige weg. | € 200.000 |
7. | Integrale veiligheid | Hoogwater Maas evt. schadeclaims. | € 150.000 |
8. | Wet Maatschappelijke ondersteuning | De kans blijft bestaan op een toenemend gebruik van de voorzieningen. De WMO is en blijft een open einde regeling en meer mensen zullen als gevolg van de vergrijzing een beroep doen op de WMO. Een budgetoverschrijding als gevolg van deze groei vraagt om beleidsmaatregelen. Het risico betreft de mogelijke overschrijding die optreedt in de tijd die nodig is om tot beleidsaanpassingen over te gaan. | € 140.000 |
9 | Leerlingenvervoer | Betreft een open-einde regeling. | € 135.000 |
10. | Welzijn | Gesubsidieerde instellingen. Voor de komende jaren worden met verschillende instellingen hernieuwde budgetsubsidie overeenkomsten gesloten. Deze meerjarige afspraken kunnen leiden tot andere subsidie bedragen. Met het afsluiten van de subsidie overeenkomsten wordt in eerste instantie het risico van de exploitatie bij de stichtingen en instellingen gelegd. Dit betekent niet dat de gemeente geen risico meer loopt. Mocht zich een financiële catastrofe voordoen bij een stichting dan zal altijd de gemeenten (vaak als eerste) weer aangesproken worden. | € 125.000 |
Totaal top 10 risico’s | € 2.947.000 | ||
Vastgestelde overige risico’s | Naast de top 10 risico’s zijn er nog 24 risico’s in kaart gebracht. Op basis van de risico- inventarisatie is dit risico bepaald op € 985.500. | € 985.500 | |
Totaal risico inventarisatie | € 3.932.500 | ||
Norm 70% | € 2.752.750 | ||
In de meicirculaire is opgenomen dat het BBV gaat voorschrijven dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen die gaan gelden voor de begroting vanaf 2016 en de jaarrekeningstukken vanaf 2015. Naast de kengetallen wordt een beoordeling van de kengetallen in relatie met de financiële positie opgenomen. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op een eenvoudige wijze inzicht aan de raadsleden over de financiële positie van de gemeente.
De Provincie Limburg hanteert een drietal categorieën, waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest risicovol.
Kengetal | Categorie A | Categorie B | Categorie C | |
|---|---|---|---|---|
1. Netto schuldquote | Zonder correctie doorgeleende gelden | < 90% | 90-130% | >130% |
Met correctie doorgeleende gelden | < 90% | 90-130% | >130% | |
2. Solvabliteitsratio | > 50% | 20-50% | <20% | |
3. Grondexploitatie | < 20% | 20-35% | >35% | |
4. Structurele exploitatie ruimte | Begroting positief | Begroting neutraal | Begroting negatief | |
5. Belastingcapaciteit | < 95% | 95-105% | >105% | |
De nettoschuld weerspiegelt het niveau van de gemeenten ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
(x 1.000) | |||||
Netto schuldquote | 31-12-2014 | 31-12-2015 | |||
A. | Vaste schulden | 3.800 | 3.225 | ||
B. | Netto vlottende schuld | 7.480 | 10.680 | ||
C. | Overlopende passiva | 2.180 | 707 | ||
D. | Financiële vaste activa | -5.000 | -5.000 | ||
E. | Uitzettingen korter dan 1 jaar | -3.933 | -4.999 | ||
F. | Liquide middelen | -254 | -263 | ||
G. | Overlopende activa | -31 | -90 | ||
Totaal | 4.242 | 4.260 | |||
H. | Totale baten | 31.816 | 31.895 | ||
Netto schuld quote | 13% | 13% | |||
Wij bevinden ons in categorie A.
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c van het BBV).
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 31-12-2014 | 31-12-2015 | |||
A. | Vaste schulden | 3.800 | 3.225 | ||
B. | Netto vlottende schuld | 1.980 | 10.680 | ||
C. | Overlopende passiva | 2.180 | 707 | ||
D. | Financiële vaste activa | -5.000 | -6.518 | ||
E. | Uitzettingen korter dan 1 jaar | 0 | -4.999 | ||
F. | Liquide middelen | -254 | -263 | ||
G. | Overlopende activa | -31 | -90 | ||
Totaal | 2.675 | 2.742 | |||
H. | Totale baten | 31.816 | 31.975 | ||
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 8% | 9% | |||
Wij bevinden ons in categorie A.
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
(x 1.000) | |||||
Solvabiliteitsratio | 31-12-2014 | 31-12-2015 | |||
A. | Eigen vermogen | 12.300 | 13.059 | ||
B. | Balanstotaal | 29.820 | 30.953 | ||
Solvabiliteitsratio | 41.25% | 42,19% | |||
Wij bevinden ons in categorie B.
De afgelopen jaren is gebleken dat de grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarden va de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend. In artikel 38, onderdeel a van het BBV, wordt gevraagd om in de balans afzonderlijk op te nemen grond- en hulpstoffen gespecificeerd naar:
- Niet in exploitatie genomen bouwgronden;
- Overige grond- en hulpstoffen.
In onderdeel B van artikel 38 wordt gevraagd om ‘onderhanden werk’ te vermelden. Hieronder vallen ook bouwgronden in exploitatie. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage.
(x 1.000) | |||||
Grondexploitatie | 31-12-2014 | 31-12-015 | |||
A. | Niet in exploitatie bouwgrond | -122 | -125 | ||
B. | Bouwgrond exploitatie | 2.344 | 2.094 | ||
Totaal | 2.222 | 2.219 | |||
C. | Totale baten | 31.816 | 31.895 | ||
Kengetal grondexploitatie | 6,98% | 6,96% | |||
Exploitatie ruimte | 31-12-2014 | 31-12-2015 | ||||
A. | Totale structurele lasten | 26.113 | 28.696 | |||
B. | Totale structurele baten | 29.531 | 32.458 | |||
C. | Structurele toevoeging reserves | 57 | 322 | |||
D. | Structurele onttrekkingen reserves | 602 | 653 | |||
E. | Totale baten | 31.816 | 33.620 | |||
Structurele exploitatieruimte | 12,46% | 12,17% | ||||
Wij bevinden ons in categorie A.
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens | 31-12-2014 | 31-12-2015 | ||||
A. | OZB gezin gemiddelde WOZ-waarde | 214,00 | 228,45 | |||
B. | Rioolheffing gezin gemiddelde WOZ-waarde | 181,00 | 191,00 | |||
C. | Afvalstoffenheffing gezin | 183,00 | 171,00 | |||
D. | Eventueel heffingskorting | 0,00 | 0,00 | |||
E. | Totale lasten gezin gemiddelde WOZ-waarde | 578,00 | 590,45 | |||
F. | Woonlasten landelijk gemiddelde gezin | 704,00 | 716,00 | |||
Belastingcapaciteit | 82,10% | 82,46% | ||||
Wij bevinden ons in categorie A.